Tandartspraktijk starten: van registratie tot volle agenda

ROXTAR - Online marketing

tandarts­praktijk starten: van registratie tot volle agenda

Don van der Helm

Door Don van der Helm

Een eigen tandartspraktijk starten. Voor veel tandartsen dé logische stap na een paar jaar loondienst of ZZP’en. Eindelijk zelf bepalen hoe je werkt, met welk team en met welke visie. Klinkt goed toch?

Maar tussen dat besluit en je eerste volle werkweek zit een traject van registraties, financiering, verbouwen én, het onderdeel dat vrijwel iedereen onderschat, zorgen dat er überhaupt patiënten binnenkomen.

In dit artikel lopen we alles langs. En we duiken wat dieper in het stuk waar wij dagelijks mee bezig zijn: jouw stoel gevuld krijgen met de patiënten die je écht wilt behandelen.

Wat komt er kijken bij het starten van een tandartspraktijk?

Grofweg valt een praktijkstart uiteen in drie fases die vrolijk door elkaar heen lopen.

Eerst de formele basis: rechtsvorm, inschrijvingen, verplichte registraties, verzekeringen. Saai? Zeker. Maar de doorlooptijden zijn langer dan je denkt, dus hier begin je vroeg mee.

Dan de fysieke praktijk: een pand vinden, verbouwen, apparatuur uitzoeken, software kiezen, personeel aannemen. Dit is meestal de grootste kostenpost én het langste traject.

En tot slot: je agenda vullen. Precies hier gaat het vaak mis. Want een praktijk die technisch helemaal klaar is maar waar niemand binnenloopt? Die kost je elke dag geld.

De zakelijke basis op orde

Rechtsvorm kiezen en inschrijven

Eenmanszaak of BV? Dat is meestal de keuze. Het gaat om aansprakelijkheid, fiscale gevolgen en of je later wilt uitbreiden of iemand wilt laten instappen. Een BV kost meer aan oprichting en administratie, maar houdt je privévermogen buiten schot.

Laat je hierin adviseren door een accountant die zorgondernemers kent. Serieus, doe dit. De fiscale verschillen lopen over een paar jaar behoorlijk op.

Inschrijven bij de KvK is je eerste concrete stap. Daarna volgt je btw-status: zorg door een BIG-geregistreerde tandarts is in principe btw-vrij, maar voor bepaalde cosmetische behandelingen ligt dat anders.

Registraties en meldingen

Voordat je eerste patiënt in de stoel ligt, moet dit geregeld zijn:

  • BIG-registratie, zonder deze mag je de titel tandarts niet voeren en niet zelfstandig behandelen
  • Melding als zorgaanbieder, nieuwe zorgaanbieders melden zich vóórdat ze zorg verlenen
  • AGB-code, anders kun je niet declareren bij zorgverzekeraars
  • Klachtenregeling en geschilleninstantie, verplicht onder de Wkkgz
  • Stralingsregistratie, voor röntgenapparatuur gelden aparte meldings- en deskundigheidseisen
  • Beroepsaansprakelijkheidsverzekering, praktisch onmisbaar en vaak gewoon contractueel vereist

Reken op een paar maanden voor het hele circus. Say what?! Ja, echt. Check altijd de actuele eisen bij de KNMT, want de regels rond toetreding en kwaliteitsverantwoording zijn de laatste jaren meermaals verbouwd.

Praktijkruimte en inrichting

Je locatie bepaalt voor een flink deel wie je patiënten worden. Kijk dus verder dan huurprijs en vierkante meters. Hoeveel tandartsen zitten er al in de buurt? Hebben die een patiëntenstop? En hoe ziet de bevolkingsopbouw eruit? Een wijk vol jonge gezinnen vraagt echt iets anders dan een vergrijzende buurt.

Verder tellen parkeergelegenheid, bereikbaarheid met OV en zichtbaarheid vanaf de straat gewoon mee. Want laten we eerlijk zijn: mensen kiezen hun tandarts vaak op gemak. De praktijk om de hoek wint het van de betere praktijk twintig minuten verderop. Niet leuk, wel waar.

Financiering en begroting

Wat kost een praktijk? Dat loopt enorm uiteen. Het hangt af van het aantal behandelkamers, de staat van het pand en of je nieuw of tweedehands inkoopt. Behandelunits, röntgen, sterilisatie, inrichting en praktijksoftware vormen samen het leeuwendeel.

Neem in je begroting een aanloopperiode mee waarin je nog niet op volle capaciteit draait. Banken vragen daar toch naar, maar belangrijker: het bepaalt hoelang je het uithoudt terwijl je agenda zich vult. En reserveer daar ook meteen een marketingbudget. Waarom? Zie hieronder.

Zelf starten of een praktijk overnemen?

Een bestaande tandartspraktijk overnemen is een heel ander verhaal dan vanaf nul beginnen. Je koopt dan direct een patiëntenbestand, een draaiende agenda en meestal een ingewerkt team.

Het voordeel? Omzet vanaf dag één. Maar let goed op wát je precies koopt. Hoe actief is dat patiëntenbestand echt, hoeveel van die mensen zijn de afgelopen twee jaar daadwerkelijk geweest? Hoe afhankelijk was de praktijk van de vertrekkende tandarts persoonlijk? En blijft het team na de overname zitten?

Bij een overname verschuift je marketingvraag trouwens compleet. Je hoeft minder nieuwe patiënten te werven, maar je moet wél voorkomen dat de bestaande weglopen tijdens de wissel. Een goed gecommuniceerde overdracht en zichtbaarheid onder de nieuwe naam zijn dan belangrijker dan advertenties.

Eigen tandartspraktijk starten: patiënt plant een afspraak in aan de balie van de praktijk
Een volle agenda ontstaat niet vanzelf: patiënten moeten je eerst kunnen vinden.

Waarom een volle agenda niet vanzelf komt

“Er is toch een enorm tekort aan tandartsen? Dan lopen die patiënten vanzelf binnen.” Dat horen we vaak. En in sommige regio’s klopt het nog ook.

Maar “vanzelf” betekent in de praktijk: de mensen die toevallig langs je pand fietsen of die via via van je hoorden. Dat is geen groeistrategie. En je hebt zo geen enkele controle over wélke patiënten je binnenkrijgt.

Bouw je een praktijk met een specifieke focus (implantologie, angstbegeleiding, kindertandheelkunde, esthetiek) dan komen díe patiënten echt niet toevallig binnenlopen. Die zoeken heel gericht. Meestal online. En ze kiezen uit wat ze vinden.

Daar komt bij: het moment waarop iemand een nieuwe tandarts zoekt is hartstikke zeldzaam. Mensen wisselen eigenlijk alleen bij een verhuizing, een slechte ervaring of acute pijn. Precies op dát moment gevonden worden, dáár draait het om.

Zo werf je patiënten vanaf dag één

Google Bedrijfsprofiel: hier begin je

Zoekt iemand op “tandarts in de buurt” of “tandarts [plaatsnaam]”, dan verschijnt eerst een kaartje met lokale praktijken. Die vermeldingen komen uit Google Bedrijfsprofiel. En het aanmaken? Gratis. Echt waar.

Vul het volledig in: adres, openingstijden, telefoonnummer, foto’s van de praktijk en het team, en of je nieuwe patiënten aanneemt. Dat laatste scheelt je een hoop telefoontjes van mensen die je toch moet teleurstellen, of levert er juist een berg op als je wél ruimte hebt. Zorg wel dat je gegevens exact matchen met je website, want inconsistenties knagen aan je lokale vindbaarheid.

Een website die van bezoekers patiënten maakt

Je website hoeft geen designprijs te winnen. Maar drie dingen moeten foutloos werken: snel laden op een telefoon, direct duidelijk maken waar je zit en of je nieuwe patiënten aanneemt, en inschrijven zo makkelijk mogelijk maken.

Vooral dat laatste. Hier laten de meeste praktijkwebsites gewoon geld liggen. Een inschrijfformulier dat drie klikken diep verstopt zit? Of dat om vijftien velden vraagt? Wat? Dat meen je niet. Zet een duidelijke knop bovenaan elke pagina en houd het formulier kort: naam, contactgegevens, misschien een voorkeur. De rest vraag je later wel.

Lokale SEO

Voor een tandartspraktijk speelt vindbaarheid zich vrijwel volledig lokaal af. Niemand zoekt landelijk naar een tandarts. En dat is goed nieuws! Het maakt het namelijk een stuk overzichtelijker dan SEO voor een webshop: je concurreert met een handvol praktijken in jouw verzorgingsgebied, niet met heel Nederland.

Wat werkt: een aparte pagina per behandeling die je aanbiedt, met daarin je plaatsnaam waar dat natuurlijk past. Vermeldingen in lokale gidsen en op zorgplatforms. En content die aansluit bij wat mensen daadwerkelijk intypen, denk aan “tandarts met avondopenstelling”, “angst voor de tandarts” of “spoedtandarts [plaats]”.

SEO is een investering die zich over een aantal maanden terugbetaalt. Alleen: in je aanloopfase heb je die maanden niet. Je huur tikt namelijk gewoon door.

Met Google Ads sta je vanaf dag één zichtbaar op precies de zoekopdrachten waar jouw patiënten op zoeken. Voor een startende praktijk is dit meestal het snelste kanaal. Je richt je op je eigen verzorgingsgebied, adverteert op zoektermen met duidelijke intentie en stuurt het budget per week bij op basis van wat het oplevert. Komt je organische vindbaarheid op gang? Dan bouw je het advertentiebudget rustig af.

Reviews

Beoordelingen wegen bij zorgkeuzes zwaarder dan in vrijwel elke andere sector. Logisch ook: mensen vertrouwen je hun mond toe. Die willen weten hoe anderen dat ervaren hebben.

Bouw het vragen om een review daarom gewoon in je proces in. Bijvoorbeeld na een eerste consult of een afgeronde behandeling. Een korte, persoonlijke vraag werkt trouwens stukken beter dan een geautomatiseerde mail. En reageer op wat er binnenkomt, ook op kritiek. Hoe jij omgaat met een klacht zegt toekomstige patiënten vaak méér dan het cijfer zelf.

Wat mag een nieuwe patiënt kosten?

Dit is de vraag die marketing verandert van een kostenpost in een investering met rendement.

Reken eens uit wat een patiënt gemiddeld per jaar bij je besteedt: de periodieke controles, het mondhygiënetraject en gemiddeld wat curatief werk. Vermenigvuldig dat met het aantal jaren dat iemand bij je blijft. En in de tandheelkunde is dat lang, want mensen wisselen zelden.

Zet die waarde vervolgens af tegen wat het je kost om één nieuwe patiënt binnen te halen. Ken je die verhouding? Dan weet je precies hoeveel je per aanmelding mag uitgeven. En verandert “is dit advertentiebudget wel verantwoord?” van een onderbuikgevoel in een simpele rekensom.

Het is trouwens ook precies de reden dat een startende praktijk in de aanloopfase méér per patiënt mag uitgeven dan een volle praktijk. Elke maand dat jouw stoel leegstaat kost je namelijk meer dan de werving.

Begin met je vindbaarheid vóór je opent

De grootste blunder die we bij startende praktijken zien? Marketing pas oppakken als de verbouwing klaar is.

Op dat moment tikt je huur al, staat je apparatuur er, betaal je salarissen, en is je agenda nog akelig leeg. What the f*ck, denk je dan. En terecht.

Een website en een Google Bedrijfsprofiel kosten weinig tijd om alvast klaar te zetten. Ben je een paar weken vóór je opening al zichtbaar en verzamel je dan aanmeldingen? Dan start je met een gevulde eerste maand in plaats van een lege. Scheelt nogal.

Veelgestelde vragen over een tandartspraktijk starten

Hoe lang duurt het om een tandartspraktijk te starten?

Reken van eerste plannen tot eerste patiënt op ongeveer een jaar. Met een flinke marge naar boven, want registraties en financiering kosten maanden en een verbouwing loopt eigenlijk altijd uit. Neem je een praktijk over? Dan gaat het meestal sneller, omdat de boel al draait.

Kan ik een tandartspraktijk starten zonder ervaring als praktijkhouder?

Zeker. Maar besef wel: ondernemen is een ander vak dan behandelen. Personeelszaken, financiële sturing, inkoop en marketing komen er allemaal bij. Veel startende praktijkhouders besteden daarom uit waar ze geen zin of affiniteit in hebben, en houden zo tijd over voor de stoel.

Wanneer moet ik met marketing beginnen?

Vóór je opening. Je website en Google Bedrijfsprofiel mogen live zodra je openingsdatum bekend is. Zo verzamel je alvast aanmeldingen in de weken dat je nog aan het inrichten bent en start je met een gevulde agenda.

Wat kost online marketing voor een tandartspraktijk?

Dat hangt af van je verzorgingsgebied en hoe hard je wilt groeien. Veel zinvoller dan een vast bedrag is de rekensom hierboven: bepaal wat een patiënt je waard is en leid daaruit af wat je per aanmelding kunt uitgeven. Vanuit dát getal bepaal je een budget dat zichzelf terugverdient.

Werk je in de zorg en wil je weten wat er wél en niet mag in je reclame-uitingen? Lees ons artikel over wat een kliniek wel en niet mag adverteren, voor cosmetische behandelingen gelden strengere regels dan de meeste mensen denken.

Don van der Helm

Don van der Helm schrijft de artikelen op roxtar.nl. Over ondernemen, online groeien en de vraagstukken waar bedrijven in uiteenlopende branches tegenaan lopen. Vragen, of gewoon even sparren? Je vindt hem op LinkedIn.