Rijschool starten: van instructeurscertificaat tot volle agenda

Door Don van der Helm
Een eigen rijschool starten. Je bepaalt zelf je tarieven, je lesmethode en met wie je werkt. Geen baas die je agenda volplant, geen gedoe over vakantiedagen. Klinkt aantrekkelijk, en dat is het ook.
Maar er zit meer tussen “ik wil voor mezelf beginnen” en je eerste leerling dan de meesten verwachten. Je hebt een wettelijk verplicht certificaat nodig, een lesauto die aan eisen voldoet, een aansluiting bij het CBR en, het onderdeel dat het vaakst wordt vergeten, een manier om aan leerlingen te komen.
Dit artikel loopt het hele traject langs: wat je nodig hebt om een eigen rijschool te beginnen, wat het kost, en hoe je zorgt dat je agenda vol raakt.
Wat heb je nodig om een rijschool te starten?
Kort samengevat vier dingen:
- Een geldig WRM-instructeurscertificaat (de bevoegdheidspas)
- Een inschrijving bij de Kamer van Koophandel
- Een lesauto met dubbele bediening en de bijbehorende verzekering
- Een aansluiting bij het CBR om examens te kunnen reserveren
Die eerste is de grootste horde. Zonder WRM-certificaat mag je in Nederland geen rijles geven tegen betaling, punt. Daar begint dus alles.
Stap 1: rijinstructeur worden
Aan welke eisen moet je voldoen?
Wil je rijinstructeur worden, dan gelden er toelatingseisen voor de opleiding. Je hebt nodig:
- Minimaal 18 jaar
- Een geldig rijbewijs B zonder de codes 100, 101 of 105
- Minimaal een diploma vmbo-tl of gemengde leerweg, of mbo niveau 2 of hoger
Dat is het. Geen jarenlange rijervaring vereist, geen specifieke vooropleiding in verkeer of techniek.
Hoe ziet het WRM-examen eruit?
Het examen wordt afgenomen door het IBKI, het instituut dat de examens in de mobiliteitsbranche verzorgt. Het bestaat uit vier onderdelen:
- Drie theorie-examens
- Eén praktijkexamen
- Een stage die je moet afronden
Slaag je? Dan krijg je het basiscertificaat en je WRM-bevoegdheidspas voor categorie B, personenauto’s. Vanaf dat moment mag je betaald lesgeven.
Let op: sinds 1 juli 2026 gelden strengere eisen aan de WRM-theorie-examens. Ben je aan het oriënteren, check dan de actuele voorwaarden bij het IBKI voordat je je inschrijft bij een opleider. De regels zijn recent aangepast en informatie die je op oudere pagina’s tegenkomt kan verouderd zijn.
Hoe lang blijft je certificaat geldig?
Vijf jaar. En daarna is het niet automatisch verlengd, je moet er wat voor doen.
In die vijf jaar moet je:
- Minimaal zes bijscholingsdagdelen volgen van elk minstens drie uur
- Eén praktijkbegeleiding doen: een echte rijles waarbij een IBKI-examinator meekijkt
Plan dat op tijd in. Laat je het tot het laatste jaar liggen, dan zit je met een propvolle agenda én een verplichting die je niet kunt uitstellen. Loopt je pas af zonder hercertificering, dan mag je niet meer lesgeven, en staat je omzet dus stil.

Stap 2: je bedrijf inrichten
Welke rechtsvorm kies je?
De meeste rijschoolhouders beginnen als eenmanszaak. Simpel op te zetten, weinig administratieve rompslomp, en fiscaal aantrekkelijk zolang je winst bescheiden is, denk aan de zelfstandigenaftrek en de mkb-winstvrijstelling.
Een BV wordt pas interessant als je flink groeit, meerdere instructeurs in dienst neemt of je privévermogen wilt afschermen. Dat kost meer aan oprichting en jaarrekening, dus reken het door met een accountant voordat je die stap zet.
Inschrijven bij de KvK is een kwestie van een afspraak maken en langsgaan. Je krijgt direct je KvK-nummer en btw-identificatienummer.
Hoe zit het met btw?
Rijlessen zijn btw-plichtig tegen 21%. Dat betekent twee dingen.
Ten eerste: je berekent 21% btw over je lesprijs. Bij een lesprijs van 60 euro betaalt je leerling dus 60 euro inclusief btw, waarvan ongeveer 10,41 euro naar de Belastingdienst gaat. Reken je tarieven daar goed op door, dit is een klassieke beginnersfout waarbij mensen hun marge weggeven zonder het door te hebben.
Ten tweede: je mag de btw op je zakelijke uitgaven terugvragen. Op je lesauto, je brandstof, je onderhoud, je verzekeringen. Bij een investering in een auto scheelt dat direct een flink bedrag.
Welke verzekeringen heb je nodig?
Verplicht is de WAM-verzekering voor je lesauto, dat is de wettelijke aansprakelijkheidsverzekering. Maar let op: een gewone autoverzekering dekt geen rijlessen. Je hebt een specifieke lesautoverzekering nodig, want je laat onervaren bestuurders achter het stuur.
Daarnaast zijn het overwegen waard:
- Bedrijfsaansprakelijkheid, voor schade die je in je werk veroorzaakt
- Rechtsbijstand, bij conflicten met leerlingen of leveranciers
- Arbeidsongeschiktheid, als ondernemer heb je geen vangnet, en zonder jou staat je rijschool stil
Die laatste wordt vaak overgeslagen omdat de premie pittig is. Maar bedenk: jij bént het bedrijf. Val je een half jaar uit, dan is er geen omzet.
Wat moet je lesauto hebben?
Een lesauto is geen gewone auto. Wettelijk verplicht zijn:
- Dubbele bediening, een tweede rem- en koppelingspedaal aan de instructeurskant
- Extra spiegels zodat jij het verkeer volledig kunt overzien
- Het blauwe L-bord op het dak
Het inbouwen van dubbele bediening kost ruwweg 600 euro. Verder heb je de keuze: nieuw kopen, tweedehands kopen of leasen. Leasen drukt je startinvestering en bundelt vaak onderhoud in het maandbedrag, wat je kosten voorspelbaar maakt. Kopen is op termijn goedkoper als je het kapitaal hebt.
Praktische overweging die vaak vergeten wordt: kies een auto waarin leerlingen zich prettig voelen én die betrouwbaar is. Een lesauto die stilstaat bij de garage kost je direct lesuren, en die haal je nooit meer in.
Aansluiting bij het CBR
Om praktijkexamens voor je leerlingen te kunnen reserveren, moet je je rijschool aanmelden bij het CBR. Daar zit eenmalig een aansluitbedrag aan vast plus een jaarlijkse bijdrage. Zonder die aansluiting kun je wel lesgeven, maar je leerlingen niet naar hun examen sturen, en dat is nogal het doel van de hele exercitie.
Stap 3: zelfstandig, franchise of in loondienst?
Dit is een keuze die veel startende instructeurs onderschatten.
Als zelfstandige rijschool houd je alles zelf: je merk, je tarieven, je leerlingen, je omzet. Maar ook je marketing, je administratie en het risico van een lege agenda.
Bij een franchiseformule lift je mee op een bestaande naam en krijg je vaak leerlingen aangeleverd. Je betaalt daarvoor een deel van je omzet of een vaste fee. Dat kan in het eerste jaar prettig zijn, je hebt meteen werk, maar je bouwt geen eigen merk op en je marge is structureel lager.
De vraag die je jezelf moet stellen: wil je op termijn een bedrijf hebben dat zonder jou draait, of wil je vooral lesgeven zonder ondernemersgedoe? Beide antwoorden zijn prima, maar ze leiden tot een compleet andere keuze.
Wat je in beide gevallen nodig hebt: leerlingen. En daar wringt het meestal.